G&E in de USA.
Deel 29: Werken en Ontspannen


mei/juni 2004

En alweer een conferentie in New Orleans

Begin vorig jaar had ik een conferentie in New Orleans. Ik schreef daarover in deel 19. Dit jaar ben ik weer naar een congres in dezelfde stad geweest. Dezelfde stad, maar een andere conferentie, namelijk de General Meeting van de ASM, de American Society of Microbiology. Een groot congres! Zo groot dat het maar in een paar steden in de USA gehouden kan worden. Dit jaar was het dus in Louisana. Omdat ik nog nooit naar de General Meeting was geweest, en omdat New Orleans een leuke stad is, had ik aan mijn baas David Relman gevraagd of ik mocht gaan. Dat was goed, maar ik moest natuurlijk wel een poster presenteren. (NB: voor een uitleg over wat een wetenschappelijke poster is, kijk in deel 19).
De weken voor de conferentie heb ik dus hard aan mijn poster gewerkt. Iemand had ontdekt dat bij ons op het Veterans Affairs (VA) Hospital een media dienst was, die voor niets wetenschappelijke posters kon printen. Mits er maar het logo van de VA opstond, en als het onderzoek maar op de VA was uitgevoerd. Ik voldeed aan de eisen. Je levert een CD rom met een Powerpoint presentatie in, en een paar dagen later kreeg ik een enorme rol glanzend papier van ca. 1 bij 2 meter! Mooi hoor, net echt.
Een paar collega's van mij gingen ook. We vertrokken allemaal met verschillende vluchten, want zo gaat dat hier in de VS: vooral niet aan de ander vertellen wanneer je vlucht is. Erg ongezellig dus, Elies helemaal in d'r eentje in het vliegtuig en de airport shuttle naar New Orleans.
We zaten gelukkig wel allemaal in hetzelfde hotel, het Bienville House in de French Quarter. Ik was wat eerder aangekomen dan de rest, en benutte de tijd om een "workout" te doen. Volgens de informatie op de webpagina zou er nl. een fitnessruimte zijn. Helaas bleek de fitnessruimte in een ander hotel te zijn, twee blokken verderop. Daar ging Eliesje in haar trimpakje over straat. Wie A heeft gezegd, moet ook B zeggen. But it was not a pretty sight!
Na een douche en een tukje was het alweer 7 uur en twee van mijn collega's (Christine en Hassya) waren ook aangekomen. Werd het toch nog gezellig. Die avond gingen wij - drie meiden - op stap. Ik herkende alles weer snel: het feestgedruis op Bourbon Street, de dames die hun T-shirts omhoog trekken en daarmee kralenkettingen ("beads") verdienen, de nudie-bars, de vele cafees en restaurants, roken op straat en in het cafe (dat mag in California niet!), en veel alcohol. Sin City dus.
We aten in Deanies, waar we vorig jaar ook gegeten hadden. Een groot en luidruchtig restaurant, met weinig keus voor vegetaries, zodat er voor Hassya niet zoveel overbleef. Alles wat ik bestelde bleek "fried": de onion rings, de artisjokken en de vis. Ik kon geen vette paneermeel-hap meer zien....




Na het eten slenterden we wat door de French Quarter, en kwamen uit bij The Preservation Hall Jazz band. Het was een uur of 11, en niet al te druk, dus we konden naar binnen om de laatste drie kwartier van de avond te luisteren. Een andere bezetting van vorig jaar, maar nog evenveel sfeer: echte authentieke, ouderwetse jazz. Geen versterkers, geen stoelen, geen fancy zaal. Alles puur natuur. De avond werd besloten met koffie met beignets bij Cafe du Monde. Of ik niet weg was geweest....!




De volgende morgen, maandag, begon de conferentie. Om acht uur zouden de eerste praatjes zijn, en we moesten ons nog registreren, dus we moesten vroeg opstaan. Het was ca. 2 km naar het Ernest M. Morial Convention Center vanaf ons hotel, dus een half uurtje lopen. Maar jongens, wat was het al warm. Vochtig warm. Klammig en benauwd. Heel anders dan de droge warmte van California, waar ik inmiddels wel aan gewend ben. Ik kwam helemaal bezweet aan in de conferentiehal, waar het juist binnen weer heel erg koud was. Dat is altijd zo jammer in de US, dat ze de airco te hard aanzetten.
Na de registratie begonnen de lezingen, van 8 tot 10.30 uur. Daarna waren er posters tot 12 uur. Vanaf 1 uur was er een nieuwe set posters, en van 14.30 - 17.00 waren er weer lezingen. De conferentie was zo groot, dat er 20 parallel sessies waren. Dat wil zeggen dat je altijd uit 20 zalen kon kiezen, en in elke zaal waren er presentaties over een bepaald onderwerp. Elke postersessie had honderden posters, en 's middags hingen er weer totaal andere posters. Daarnaast was er nog een gigantische expositiehal, waar allerlei bedrijven hun nieuwste apparatuur, petrischalen en kitjes lieten zien.
Bij een dergelijk groot congres moet je natuurlijk van te voren goed plannen waar je heen wilt. We hadden allemaal een boek gekregen met de titels van de praatjes en de posters. Alleen de titels al waren genoeg om dat boek heel dik te maken. De abstracts kon je online bekijken.... Ik had in het vliegtuig het boek al doorgenomen, en een lijstje gemaakt met de lezingen-sessies waar ik heen wilde, en de posters die ik wilde zien. Het conferentie centrum was heel groot, dus je moest soms heel ver lopen om naar een andere zaal te gaan. Gelukkig waren de meeste praatjes rondom een zelfde thema, zodat ik niet te veel heen en weer hoefde te lopen tijdens een sessie. Het is allemaal zo massaal dat je elkaar bijna niet tegenkomt. Een enkele keer zag ik een bekende voorbij flitsen, maar je had echt je mobiel nodig, of een duidelijke afspraak, om elkaar weer te vinden. Ik probeerde er nog achter te komen hoeveel deelnemers er nu precies waren, maar niemand wist het antwoord op deze vraag. Zelf schat ik rond de 10.000!




Het bovenstaande programma van lezingen en postersessies liep van maandagmorgen tot en met donderdagochtend. 's Avonds waren we vrij. Als je van oesters, garnalen en kreeftjes houdt, is New Orleans een fijne stad om uit eten te gaan. Als je vegetarier bent, is er niet zoveel keus. Ik heb in ieder geval lekker gegeten, elke avond in een ander restaurant. Daarna liepen we meestal wat over Bourbon Street, gingen een paar keer in het casino kijken, en dronken een "hurricane" in 1 van de vele bars. Het was een leuke week, maar het was ook weer fijn om daarna weer "gewoon" aan het werk te gaan.

The Growing Garden

Vorig jaar hebben Gerard en ik hard gewerkt aan het aanleggen van een sprinklerinstallatie in de achtertuin. Afgelopen najaar hebben Harry en John ons geholpen met het maken van nieuwe plantvakken. Het oude wrakke houten muurtje ging er uit, en een stapelmuurtje kwam er in. Bovendien hebben de jongens een deel van het betonnen terras weggeslagen (het hoekje waar John op staat, op de linker foto).
Hier zijn eerst wat foto's van hoe het vorig jaar eruit zag, toen Harry en John aan het werk waren:




Toen het muurtje stond, konden dan eindelijk de plantjes erin. Het was nog best lastig, want het grootste deel van de achtertuin krijgt niet zoveel zon. De tuin ligt op het zuiden, maar de schutting en de bomen van de buren houden de meeste zon tegen. Ik moest dus goed plannen welke planten hier het beste zouden groeien. Bovendien wilde ik graag blauwe, paarse, en gele bloemen, en een variatie aan bladvormen en groentinten. Na heel wat uurtjes voorpret met tuinboeken en -software, en heel wat schetsen, kon ik dan toch echt naar het tuincentrum. Voor de kenners: Campanula, viooltjes, hortensia, rhododendron, hosta's, en vrouwenmantel. De plantjes waren eerst nog erg klein, en sommigen hebben het zelfs niet overleefd (sprinklerinstallatie-afstel-problemen) maar zo langzamerhand begint alles uit te lopen en te bloeien. Zo zag er het van het voorjaar uit; de plantjes beginnen al een beetje uit te lopen, en sommigen bloeien al.




En zo ziet het er nu uit: enorm gegroeid! Ik moet alweer gaan snoeien....




The Fallic Fountain

In het midden van het betonnen terras was een rond plantvat (zie de bovenstemiddelste foto in de bovenstaande paragraaf) waar de vorige eigenaars wat rozen hadden groeien. Oude rozenstruiken met knalrozerode bloemen en heel veel doorns en luizen. Niet zo erg mijn smaak. Een van mijn collega's wilde ze wel hebben, zodat ik er wat anders kon planten. Ook hier heb ik weer lang na moeten denken: wat zou hier kunnen staan? Uiteindelijk heb ik gekozen voor een haagje van buxusplantjes, met daarbinnenin lage, zachtroze, superresistente, altijd doorbloeiende (volgens de fabrikant) rozenstruikjes, en in het midden een Fontein. Helaas had het tuincentrum niet zoveel keus als je van strak en modern houdt. Wel veel engeltjes, schelpjes en schulpjes, maar ja, dat is niet zo mijn smaak. Op de foto rechts zie je hoe de gemiddelde fontein er hier uitziet. Deze kostte slechts $ 700, maar dan werd-ie ook wel gratis thuisbezorgd, dat wel. Mmmm, niet helemaal mijn smaak. Ze lopen hier nog erg achter hoor.
Uiteindelijk vond ik in de catalogus bij 1 van de tuincentra een mooie, superstrakke, rechthoekige paal-fontein. Poepieduur, maar ik was allang blij dat er iets van mijn gading bijzat. Helaas zat er een levertijd van 8 weken op....... Maar na heel veel nachtjes slapen konden we dan eindelijk de fontein afhalen. Oei, wat was-tie zwaar. Een blok massief beton, dat met een vorkheftruuk op een pellet in onze auto werd geschoven. Met de achterbumper bijna op het asfalt reden we voorzichtig naar huis. Daar begon natuurlijk pas echt de ellende, want de vorkhefttruuk was helaas niet achter ons aangereden. We moesten toch echt het ding zelf naar de achtertuin brengen. Maar, om een lang verhaal van planken, karretjes, en heel veel zweetdruppeltjes kort te maken: het is gelukt. Gerard heeft de pomp aangesloten op het electrisch, en toen kon dan eindelijk ons fonteingeluk beginnen! Is het geen prachtig plaatje?




Awesome Atrium

En dan besluiten we onze serie Allemachtige Alliteraties met het Awesome Atrium. Even ter opfrissing: ons huis is om een binnentuin heengebouwd, het atrium. De vorige eigenaars hadden hier een whirlpool staan, maar die hebben Harry en John vorig jaar weggehaald, en verkocht (zie deel 24. Inmiddels heb ik er twee lekkere Ikea rieten ligstoelen neergezet.
In het midden van het atrium is een plantvak, waar een leuke snoeibolplant staat, en een agave, maar verder niet zo veel. Ik wilde hier graag wat rotsplantjes planten, maar de grond was in de loop der jaren dichtgeslibt, en als ik het tuinvak besproeide liep al het water er direct uit, op het beton. Bovendien had de agave superscherpe stekels, waar ik al een paar keer mijn hand lelijk aan had opengehaald. Met het oog op mijn eigen veiligheid en dat van mijn nichtje die hier over een half jaar of zo vast gaat rondlopen, heb ik de stekels voorzichtig afgeknipt. Daarna heb ik alle keien weggehaald, en gesorteerd. De lelijke keien eruit (iemand nog geinteresseerd in 25 roze lavastenen?), en de mooie keien afgespoeld en schoongemaakt. Daarna de aarde goed omgespit, turfmolm er doorheen, vetplantjes geplant, en de keien erom heen gedrapeerd. Ziezo, dat is ook weer af.
Aan de overhang van het dak heb ik rieten manden opgehangen met nepplanten. Dat staat erg leuk, en je hoeft het geen vier keer per week water te geven!




Dyson stofzuiger

Toen we hier gingen wonen (alweer 2.5 jaar geleden!) had ik een Miele stofzuiger gekocht. Maar die beviel toch niet zo goed. Een maandagmorgen model, Amerikaanse slechte kwaliteit, ik weet het niet. Maar ik moest wel 5 keer over een vuiltje heen zagen voordat het in de stofzuiger verdween. En ja hoor, de zak was nog niet vol!
Ik had al een paar keer geinteresseerd naar de Dyson stofzuiger gekeken. James Dyson is een Britse uitvinder, die o.a. een revolutionaire wasmachine en dus ook een stofzuiger heeft ontwikkeld. Hij bouwt niet voort op oude producten, maar gaat iets weer helemaal opnieuw bedenken. Niemand wilde zijn ideeen kopen, dus investeerde hij al zijn geld in het produceren van zijn eigen patenten.
Sinds vorig jaar waren zijn producten dan ook op de Amerikaanse markt te koop, en nu was de tijd aangebroken om ook "aan de Dyson" te gaan. Gerard werd op een missie naar de Fry's gestuurd (electronica-hemel), en kwam thuis met een grote doos. Gauw uitproberen natuurlijk. Ik kan je 1 ding vertellen, dames: als je graag wilt dat je man stofzuigt, koop een Dyson. Ik kwam zelf niet aan de buurt, meneer ging fluitend door het huis, alle kamers en hoeken in, en opgewonden kreten slakend.
Het stofreservoir van de Dyson is doorzichtig, dus je ziet direct wat je hebt opgezogen. Nu hadden we dus al een paar weken niet zo goed kunnen zuigen, maar wat er na 1 minuut al in het reservoir zat, was truely amazing: handenvol haren en stof. Je kunt het reservoir gemakkelijk leegkieperen boven de prullenbak, dus je hoeft je handen niet vuil te maken. De stofzuiger heeft geen zakken of filters nodig, alles gaat "levenslang" mee.
En nee, ik heb geen aandelen Dyson, en ik word niet betaald voor deze reclame. En ja, ik heb ook kritiek: het is niet zo handig om de kleine hulpstukken op de slang te zetten. Dat is elke keer een hele operatie. Bovendien is ons model (het Amerikaanse model, dus staand) nogal zwaar, en ik zit elke keer met het snoer in de knoop. Maar schoon dat het nu bij ons is....!

Dierenleven in de tuin

Zit ik lekker deze avonturen te typen, hoor ik een hoop gegrom en geblaas. Wat zijn de katten weer vervelend..... Is onze zwerver er weer? Sinds kort springt hier af en toe een jong katertje in het atrium. De eerste keer was ik stomverbaasd: ik had in 1x drie katten in plaats van twee. Waar kwam Mini (zo hebben we hem maar voorlopig genoemd, omdat-ie op een mini-uitvoering van Frodo lijkt) opeens vandaan? Via het dak dus, en dan springt hij drie meter omlaag in het atrium. Onze katten Lina en Frodo vinden het maar raar, maar ze kunnen redelijk met elkaar overweg, behalve als Junior/Mini aan hun etensbakje komt. Het katertje (ja, alles zit erop en eraan) lijkt geen huis te hebben, is broodmager, maar wel lief. Wat doe je in zo'n geval? Je strijkt met de hand over het hart en geeft hem een blikje eten. Fout natuurlijk, want hij komt terug voor meer. Bijna elke dag komt Mini wel even langs, soms 's ochtends, soms 's avonds, en dan zet ik hem buiten en geef hem wat voer. Hij blijft erg mager trouwens.
Maar goed, het was vanavond geen Mini. Ook geen Raccoon (wasbeertje, rechts op de foto), want die zien we hier ook regelmatig. Raccoons zijn een soort grote katten, met een gestreepte staart, en een lief wasbeertjes gezicht. Ze zien er lief uit, maar ze kunnen gemeen bijten, en kunnen drager zijn van hondsdolheid en andere enge ziekten. Ze zijn hier vrij algemeen, totaal aangepast aan het stadsleven, en vooral actief op dindagavond, want dan staan de vuilnisbakken hier aan de straat!
Maar het was maandagavond, dus het kon geen raccoon zijn. Het bleek een Opussum (zie foto links) te zijn. Een opossum is een soort grote rat met een lange spitse snuit en een rattenstaart. De eerste keer dat we er 1 zagen, hadden we geen idee wat het was. Een soort rare rat. We moesten het internet op om te ontdekken dat het een opossum was. Onze bezoeker van vanavond kwam heel dichtbij, tot direct achter de schuifdeur. Hij kwam de restjes voer van Mini opeten. Smak, smak. Hij trok zich niets aan van mijn foto's-met-flits. De katten waren helemaal in de war. Wat was dit nu toch weer voor een beest? Hieronder wat foto's van het bezoek van Mr. Opossum. Wat een avontuur toch weer.....





Einde van Deel 29: Werken en ontspannen

Ga door naar Deel 30: Klussen aan de carport .

Of ga terug naar nog meer avonturen van G&E in the USA.

Of ga terug naar Elies Bik's HomePage.